Home   Diensten   Workshops & trainingen   Cursiefjes   Contact
   

Cursiefjes


Mevrouw of toch juffrouw?


In mijn geboortedorp Hagestein beschikten in de jaren vijftig weinig mensen over een telefoonaansluiting. Wij waren zowat de enigen in de straat mét een telefoon. Omdat een telefooncel in het dorp ontbrak, werd onze telefoon door de buren -zeg maar de halve straat- gebruikt om te bellen. Het toestel hing aan de wand in de gang, zodat de niet het hele gezin hoefde mee te luisteren. De buren betaalden voor het gebruik.Standard type 1954 – Matilo Telephones De vergoeding stopten zij in een sigarendoosje van Hofnar dat op een naburig tafeltje stond. Vijf cent voor een lokaal gesprek, wat meer voor een verderafgelegen adres. Er bestonden in die tijd drie tarieven, afhankelijk van de belafstand..

In bijzondere gevallen werden wij ook wel gebeld met het verzoek een buur aan het toestel te vragen. Op die manier leerde je de straat goed kennen, zoals die keer dat de monteur van drie huizen ver in zijn pyjama binnenholde met roetzwarte handen.
Mijn moeder nam de telefoon op een bijzondere manier op. Dat zit zo. In het dorp heette zij ‘juffrouw Oskam’. Er waren slechts twee ‘mevrouwen’ in Hagestein, de vrouw van de burgemeester en de vrouw van de dominee. Het bleef bij deze twee, een notaris of dokter woonde er niet. De vrouw van de bovenmeester was een meisje van het dorp en daarom geen mevrouw.

Mijn moeder werd door de dorpelingen geacht de telefoon op te nemen met ‘juffrouw Oskam’. Stel je voor dat ze opnam met ‘mevrouw Oskam’. Die heeft het hoog in de bol! Wat denkt ze wel niet?
Door de aard van zijn werk werd mijn vader vaak thuis gebeld, vanuit het hele land. Tja, wat zou een beller uit de grote stad wel niet denken als mijn moeder met ‘juffrouw Oskam’ opnam? Dan moest het natuurlijk ‘mevrouw Oskam’ zijn. Daarom nam zij altijd op met louter ‘Oskam’. Ze had een heel vrouwelijke stem waardoor misverstanden uitbleven. Probleem opgelost!

Januari 2020


Mijn eerste gemeente

Als ik met vakbroeders spreek over ‘mijn eerste gemeente’ dan gaat het altijd over de gemeente waarin je loopbaan in de gemeentefinanciën begon. In mijn geval is dat de gemeente Lisse. Ik wil het hier hebben over een tweede invulling: mijn eerste woongemeente. Dat was de gemeente Hagestein. Toen een zelfstandige gemeente in Zuid-Holland. Hagestein ging in 1986 op in de gemeente Vianen, dat in 2019 op haar beurt opging in de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden. Intussen ligt het dorp ook nog eens in de provincie Utrecht.
In mijn tijd (ik heb er tot mijn elfde jaar gewoond) had de Hagestein ongeveer 1000 inwoners. De helft daarvan woonde in de dorpskern, de helft in het buitengebied. De burgemeester deelden we met het nabijgelegen Everdingen. De gemeenten deelden ook de gemeentesecretarie. Dat stond midden in de polder en zakte flink scheef.

De burgemeester woonde in ons dorp en reed elke dag op zijn brommer naar de secretarie. Een Berini M21. Een legendarisch model, met Pluviermotor en slipkoppeling. Een groot windscherm op het stuur met boven een groen randje. Hij droeg meestal een korte suède jas, wat vettig aan de kraag en bij de zakken.
Hagestein had wel een eigen gemeentehuis, maar dat werd louter gebruikt voor raadsvergaderingen en huwelijksvoltrekkingen. De gemeenteraad bestond uit zeven leden, waaronder twee wethouders: de uitbater van de plaatselijke textielwinkel en een bouwvakker, die tuba speelde in Excelsior. Er bestonden louter lokale lijsten.

Voorafgaand aan de raadsverkiezingen gebeurde iets moois. Dat zit zo. Hagestein was overwegend Nederlands Hervormd, van de minder vrolijke soort. Om stemmen te halen moest je als goed hervormd bekend staan. Twee lijsttrekkers waren minder trouwe kerkgangers. Kort voor de verkiezingen veranderde dat. Tja, als je dan toch naar de kerk gaat, moet iedereen dat ook weten. Beide heren hadden een eigen methode. De eerste ging op zondag tijdig bij de ingang van het hek staan, waar altijd wel een groepje dorpelingen met elkaar stond te praten. Zijn aanwezigheid kon niemand ontgaan, ook omdat hij iedereen groette. De tweede lijsttrekker was slimmer. In de kerk was het gewoonte dat de mannen bij het openingsgebed stonden. Zijn plek was helemaal voorin en hij bleef na het gebed een poosje staan, terwijl alle mannen al lang zaten.
Na de verkiezingen hernam het gewone leven zich.

April 2019